TRIDENT studies

TRIDENT-1 studie (voor hoog-risico zwangeren)
Sinds 1 april 2014 is NIPTniet-invasieve prenatale test in Nederland beschikbaar binnen de TRIDENT-1 studie voor zwangeren die op basis van de combinatietest een verhoogde kans hebben op een kind met down-, edwards- of patausyndroom. In sommige gevallen kan er een andere medische reden zijn om onderzoek te doen naar een trisomie bij het ongeboren kind. In de proefperiode kunnen zwangere vrouwen die in aanmerking komen voor de TRIDENT-1 studie kiezen uit:

  • geen vervolgtest laten doen;
  • een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie laten doen;
  • meedoen aan een studie naar de NIPT.

Zwangere vrouwen met een verhoogde kans op een kind met een trisomie worden verwezen naar een centrum voor prenataletijdens de zwangerschap diagnostiek.

TRIDENT-2 studie (voor alle zwangeren)
De NIPT wordt per 1 april 2017 als eerste screeningstest aangeboden vanwege een wetenschappelijke implementatiestudie: TRIDENT-2. Dit betekent dat de zwangere alléén kan kiezen voor de NIPT als ze meedoet aan de studie. De combinatietest blijft tijdens TRIDENT-2 ook beschikbaar. TRIDENT 1 is onderzoek naar inzet NIPT als vervolgonderzoek na de combinatietest. TRIDENT-2 is een vervolg op TRIDENT-1, maar geen vervanging daarvan. TRIDENT-1 en TRIDENT-2 zullen voorlopig naast elkaar bestaan. De resultaten worden na afloop van de studies gebruikt voor advies over de verdere invoering van de NIPT in Nederland.

Exclusiecriteria voor NIPT in TRIDENT-1 en TRIDENT-2

Een zwangere komt niet in aanmerking voor de NIPT als:

  • er sprake is van echoscopisch vastgestelde afwijkingen bij de foetus (waaronder ook een nekplooimeting   ≥ 3.5 mm).
  • er sprake is van een niet-vitale zwangerschap.
  • de zwangere (en/of haar partner) zelf een chromosoomafwijking heeft.
  • er sprake is van een moederlijke maligniteit op het moment van de aanvraag.
  • de zwangere in de afgelopen drie maanden een bloedtransfusie, stamcel- of orgaantransplantatie of immunotherapie voor kanker heeft gehad.
  • de zwangere jonger is dan 16 jaar.
  • de zwangere - naar het oordeel van de counselor - niet in staat is om, eventueel met hulp van een tolk, het doel van het onderzoek te begrijpen en toestemming te geven.
  • de zwangere geen Nederlandse zorgverzekering heeft.
  • de zwangere geen BSNBurger Service Nummer heeft.

Aanvullende exclusiecriteria voor NIPT in TRIDENT-2, maar niet voor TRIDENT-1 via Centrum Prenatale Diagnostiek

  • er is sprake van een risico van 1:200 of hoger op trisomie 21, 18 of 13 uit de combinatietest.
  • de zwangere heeft een eerder kind met trisomie 21, 18 of 13.
  • de zwangere (en/of haar partner) is drager van een gebalanceerde Robertsoniaanse translocatie (13;21).

Vanaf wanneer kan NIPT uitgevoerd worden?

Voor TRIDENT-1 geldt een minimum zwangerschapsduur van 10 weken en voor TRIDENT-2 van 11 weken. Als de zwangere bij een afwijkende uitslag overweegt de zwangerschap af te breken, moet bloed voor de NIPT bij voorkeur worden afgenomen voor 18+6 weken zwangerschap. Deze termijn is gekozen vanwege de doorlooptijd van het vervolgonderzoek. Vóórdat de NIPT wordt gedaan, moet de zwangerschapsduur zijn vastgesteld met een termijnecho. Verricht de termijnecho bij voorkeur tussen 10 en 11 weken en conform de richtlijnen van de NVOGNederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie /KNOVKoninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen .


Verder lezen: