De gehoorscreening van pasgeborenen gaat zo goed mogelijk door. Met de algemene maatregelen van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu tegen het nieuwe coronavirus is de test meestal veilig uit te voeren. Hieronder de protocollen met aanvullende maatregelen die in de verschillende situaties van toepassing zijn.

De uitvoering van de gehoorscreening bij pasgeborenen vindt plaats volgens het draaiboek.

Zorg dat u als zorgverlener altijd de algemene maatregelen neemt die verspreiding van het nieuwe coronavirus helpen voorkomen. Lees hierover op de website van het RIVM .

Protocollen met aanvullende maatregelen

Naast de algemene maatregelen gelden voor de uitvoering van de gehoorscreening aanvullende maatregelen. Deze zijn tot nader order van kracht en zijn te vinden in de protocollen onder aan deze pagina.

De aanvullende maatregelen zijn opgesteld door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-Centrum voor Bevolkingsonderzoek in samenwerking met de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding en afgestemd met GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio en ActiZ.

Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid heeft ook een overzicht gepubliceerd van maatregelen  die gelden voor medewerkers in de Jeugdgezondheidszorg tijdens de coronapandemie. De maatregelen voor de gehoorscreening zijn hiermee in lijn.

De aanvullende maatregelen voor de gehoorscreening zijn ook in lijn met de actuele uitgangspunten voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding.

Let op. Mogelijk heeft de jeugdgezondheidszorgorganisatie waar u voor werkt eigen maatregelen getroffen voor (onder andere) de uitvoering van de gehoorscreening. Bijvoorbeeld met betrekking tot het gebruik van een mondneusmasker.

De mogelijkheid bestaat dat de jeugdgezondheidszorg in overleg met de gemeente(n) lokaal besluit om de gehoorscreening van alle pasgeborenen tijdelijk uit te stellen naar een later moment. Bijvoorbeeld bij een lokale uitbraak van het coronavirus.

De screener heeft verkoudheids- en/of luchtwegklachten en/of koorts

Bent u screener en heeft u zelf verkoudheidsklachten (zoals niezen, een loopneus, keelpijn en hoesten) en/of luchtwegklachten (zoals benauwdheid) en/of koorts? Dan voert u geen gehoorscreening uit. Blijf thuis, overleg met uw werkgever en neem de actuele richtlijnen voor het testen op corona voor zorgmedewerkers in acht.

Telefonisch contact

Neem vóór de gehoorscreening contact op met het gezin, liefst telefonisch. Vraag of er personen met verkoudheids- en/of luchtwegklachten en/of koorts in het huis zijn (onder wie de pasgeborene). Is het niet mogelijk om telefonisch contact te leggen? Vraag dan aan de deur eerst of er personen met verkoudheids- en/of luchtwegklachten en/of koorts in het huis zijn.

De volgende vijf situaties zijn mogelijk, met bijbehorende maatregelen.

Bij deze maatregelen is rekening gehouden met het feit dat de gehoorscreening vaak in combinatie met de hielprikscreening wordt uitgevoerd.

  1. Er zijn geen personen met verkoudheids- en/of luchtwegklachten en/of koorts. Er gelden voor zowel de OAE-gehoorscreening (eerste en tweede screeningsronde) als voor de AABR-gehoorscreening (derde screeningsronde) geen aanvullende maatregelen.
  2. Eén van de ouders/verzorgers heeft alléén verkoudheidsklachten. Vraag telefonisch al of de ouder/verzorger met de verkoudheidsklachten tijdens het huisbezoek van de screener naar een andere ruimte wil gaan. De screeningonderzoek wordt uitgevoerd in het bijzijn van alleen de gezonde ouder. In dit geval gelden er voor zowel de OAE-gehoorscreening (eerste en tweede screeningsronde) als voor de AABR-gehoorscreening (derde screeningsronde) geen aanvullende maatregelen.
  3. Beide ouders/verzorgers hebben alléén verkoudheidsklachten. Voor de OAE-gehoorscreening (eerste en tweede screeningsronde): overleg met de werkgever of de gehoorscreening thuis kan plaatsvinden, met inachtneming van onderstaande extra aandachtspunten. Of dat het gewenst is om de gehoorscreening uit te stellen tot ten minste één ouder/verzorger klachtenvrij is.
    Indien in overleg met de werkgever wordt vastgesteld dat de gehoorscreening thuis kan plaatsvinden, dan is het wenselijk om de gehoorscreening uit te voeren terwijl de baby in bed of in de box ligt. Contact met verkouden ouders wordt op deze manier zoveel mogelijk voorkomen.

    Wordt de uitvoering van de gehoorscreening gecombineerd met de uitvoering van de hielprikscreening? En gebruikt de screener in verband met (een verhoogd risico op) corona in het gezin persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) om de hielprik toch veilig te kunnen uitvoeren? Dan is het wenselijk om met dezelfde persoonlijke beschermingsmiddelen ook de gehoorscreening uit te voeren.

    De AABR-gehoorscreening (derde screeningsronde) wordt in deze situatie uitgesteld totdat ten minste één ouder/verzorger klachtenvrij is.
  4. Gezinslid met verkoudheids- en/of luchtwegklachten én koorts (>38 graden) of met een bevestigde corona-infectie. Zowel de OAE-gehoorscreening (eerste en tweede screeningsronde) als de AABR-gehoorscreening (derde screeningsronde) wordt uitgesteld totdat alle verkoudheids- en/of luchtwegklachten én koorts meer dan 24 uur zijn verdwenen. Is er sprake van een bevestigde corona-infectie bij een persoon in het huis? Dan kan de gehoorscreening plaatsvinden na het opheffen van de thuisquarantaine. De werkgever kan hierover desgewenst contact opnemen met de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst .

    Wordt de uitvoering van de gehoorscreening gecombineerd met de uitvoering van de hielprikscreening? En gebruikt de screener in verband met (een verhoogd risico op) corona in het gezin persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) om de hielprik toch veilig te kunnen uitvoeren? Dan is het wenselijk om met dezelfde persoonlijke beschermingsmiddelen ook de gehoorscreening uit te voeren.
  5. De pasgeborene heeft verkoudheids- en/of luchtwegklachten en/of koorts (>38 graden). Zowel de OAE-gehoorscreening (eerste en tweede screeningsronde) als de AABR-gehoorscreening (derde screeningsronde) wordt uitgesteld totdat alle verkoudheids- en/of luchtwegklachten en/of koorts langer dan 24 uur zijn verdwenen. Houden de klachten bij de pasgeborene aan en het lijkt het een chronisch beeld dat langer dan vier weken bestaat en niet verandert? Dan kan zowel de OAE-gehoorscreening als de AABR-gehoorscreening wel worden uitgevoerd. Mochten er meer personen in het gezin klachten hebben of hebben gehad, neem dan contact op met de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD.

Extra aandachtspunten bij gehoorscreening thuis

  • Schud geen handen (ook niet als er geen zieken zijn).
  • Voer het gesprek met de gezonde ouder/verzorger. Als beide ouders/verzorgers klachten hebben, spreek met de minst zieke ouder/verzorger.
  • Houd afstand tijdens het gesprek, bij voorkeur meer dan 1,5 meter.
  • Houd werk- en persoonlijke materialen (tas, jas, papieren) op minimaal 1,5 meter afstand van de gezinsleden.
  • Het oordopje dat in de gehoorgang van de baby wordt ingebracht is een disposable en moet worden vervangen bij ieder kind.
  • Pas strikte handhygiëne toe: handenwassen voor en na contact met de baby. Handen wassen met water en zeep is voldoende, droog de handen met papieren handdoekjes.

Zijn er geen goede sanitaire voorzieningen aanwezig? Dan kunt u handgel gebruiken. Belangrijk is dat de handgel/-alcohol voldoet aan de norm NEN-EN 1500. In het algemeen bevat een dit soort handgel/-alcohol een alcoholpercentage tussen de 70-80%. De meeste handdesinfectiemiddelen die in de winkel te verkrijgen zijn voldoen hieraan. Gebruik voldoende handdesinfectie om de handen voor 30 seconden nat te houden en wrijf de handen en vingertoppen goed over elkaar tot ze droog zijn.

Ouders en kinderen met verkoudheids- en/of luchtwegklachten mogen niet naar het consultatiebureau komen. Verkoudheidsklachten zijn: neusverkoudheid (niezen of loopneus), keelpijn, of hoesten en luchtwegklachten zoals benauwdheid. De gehoorscreening kan dus alléén doorgaan als het kind begeleid kan worden door een volwassene zonder klachten en het kind zelf ook niet verkouden is.

Per kind mag één volwassene als begeleider mee.

Ook in het consultatiebureau geldt voor bezoekers het dringende advies om een (niet-medisch) mond-neusmasker te dragen. Het is handig om dit in de uitnodiging aan de ouders te vermelden.

Neem vóór de gehoorscreening contact op met het gezin.

Voorafgaand aan het bezoek aan het consultatiebureau legt u telefonisch contact met het gezin. Vraag of er personen met verkoudheids- en/of luchtwegklachten in het gezin zijn. Is dit het geval? Geef dan aan dat de gehoorscreening alléén kan plaatsvinden met een gezonde volwassene als begeleider.

Is er in het gezin een persoon met verkoudheids- en/of luchtwegklachten én koorts? Dan wordt de gehoorscreening uitgesteld totdat alle gezinsleden tenminste 24 uur klachtenvrij zijn.