De Gezondheidsraad heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 11 juni 2026 geadviseerd om het bloedonderzoek voor zwangeren vooralsnog niet uit te breiden met (onderzoek) op HPA-1a-antistoffen. Wanneer een zwangere HPA-1a-negatief is en het kind HPA-1a-positief, kan de zwangere antistoffen aanmaken die de bloedplaatjes van het kind afbreken. Er is dan sprake van  foetale en (na de geboorte) alloimmuuntrombocytopenie (FNAIT),  een zeldzame aandoening die kan leiden tot hersenbloedingen.

In maart 2024 heeft het ministerie van (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) de Gezondheidsraad gevraagd om een beoordeling van de toevoeging van FNAIT aan de (tijdens de zwangerschap) (onderzoek) infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE), het bloedonderzoek vóór 13 weken zwangerschap waar iedere zwangere voor in aanmerking komt. De adviesaanvraag leest u hier

Uit het advies van de Raad is naar voren gekomen dat er op dit moment nog te veel onduidelijk is over het opsporen van kinderen die daadwerkelijk FNAIT zullen ontwikkelen en over de omvang  van de daarmee gepaard gaande overbehandeling. Hierdoor kan de Gezondheidsraad niet beoordelen of het voordeel van de te behalen gezondheidswinst opweegt tegen het nadeel van overbehandeling. De commissie acht het van belang om in de toekomst meer duidelijkheid te krijgen over de omvang van de overbehandeling.

De vaste commissie Screening rond zwangerschap en geboorte van de Gezondheidsraad heeft zich gebogen over de adviesvragen. De staatssecretaris van VWS stuurt zo mogelijk binnen 3 maanden een reactie op het advies naar de Tweede Kamer.

Het advies is te vinden op de site van de Gezondheidsraad: Screening op HPA-1a-antistoffen tijdens de zwangerschap