Gezien de winterse omstandigheden kan het op dit moment lastiger zijn voor screeners om de hielprik uit te voeren. Uiteraard staat ieders veiligheid voorop, maar we willen desondanks vragen om de tijdige uitvoering van de hielprik in gedachten te houden. De hielprik dient zo spoedig mogelijk na 72 uur na de geboorte te worden afgenomen. In geval van een hielprikscreening gecombineerd uitgevoerd met de gehoorscreening, vindt deze zo spoedig mogelijk na 96 uur plaats. De hielprik dient in ieder geval uiterlijk binnen 168 uur na de geboorte plaats te vinden.    

Om te zorgen dat de tijdigheid zo min mogelijk geraakt wordt, kan in de planning hiermee rekening gehouden worden: 

  • Leeftijd van het kind: geef in de planning prioriteit aan de kinderen die het eerst geboren zijn, zodat zij in ieder geval als eerste worden geprikt;
  • Locatie van de bezoeken door de screener: een zo efficiĆ«nt mogelijke route, rondom het huisadres van de screener kan onnodige kilometers voorkomen;
  • Aantal screeners: zet indien mogelijk extra screeners in, zodat ondanks vertraging onderweg toch op voldoende adressen de hielprikscreening kan plaatsvinden.

Als u merkt dat er onverhoopt toch problemen worden voorzien in de tijdige uitvoering van de hielprikscreening, neem dan contact op met het regiokantoor van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Dan kunnen we vanuit het RIVM met u meedenken. U kunt ons hiervoor bereiken via nhs.coordinatie@rivm.nl.

Houd ook de nieuwsberichten op de pagina Nieuws in de gaten voor updates vanuit het RIVM.