Als gecertificeerd echoscopist interpreteer je de beelden van het TTSEO en deel je je bevindingen (direct) na het onderzoek mee aan de zwangere. Ben je counselor? Vertel de zwangere dan vooraf hoe zij de uitslag van het TTSEO krijgt.

Conclusie TTSEO


Er zijn drie conclusies mogelijk bij het TTSEO:

1. Geen bijzonderheden

Er is geen aanwijzing voor een afwijking. Vervolgonderzoek of herhaalonderzoek is niet nodig. 

Er is één uitzondering, namelijk bij een pyelectasie ≥7mm en <10mm: Je voert bij de zwangere een vervolgecho uit als ze 32 weken zwanger is. Deze echo kan niet apart worden gedeclareerd. Zie NVOG kwaliteitsnorm foetale echoscopie. Registratie pyelectasie (≥ 7 mm en <10 mm) :

  • Registreren als sonomarker
  • Bij conclusie invullen: ‘geen bijzonderheden’  
  • Bij advies invullen: ’vervolgonderzoek voor pyelectasie’

2. Aanwijzing voor een afwijking 

Je biedt de zwangere een gesprek en vervolgonderzoek (GUO type 2) aan in een Centrum voor Prenatale Diagnostiek. Ze bepaalt zelf of ze dit wil.

3. Incompleet TTSEO

Soms lukt het bij het TTSEO niet om het hele protocol te doorlopen en alles goed in beeld te brengen. De echoscopist moet dan in het dossier toelichten waardoor dat komt. Er zijn twee mogelijkheden:

  • Structuur is niet beoordeelbaar
    De echoscopist heeft geprobeerd naar te kijken, maar het is niet gelukt om het goed in beeld te brengen. Bijvoorbeeld door de ligging van het kind of obesitas van de zwangere.
  • Structuur is niet beoordeeld
    Je hebt er niet naar gekeken. Dit zal zelden voorkomen (bijvoorbeeld als de zwangere met spoed weg moet en het onderzoek niet geheel afgerond kan worden). Let op: het uitgangspunt is natuurlijk dat je alles goed bekijkt in lijn met de Leidraad.

Je herhaalt het onderzoek vóór 21+0 weken zwangerschap (voorwaarde is wel dat er een redelijke kans is dat je meer kunt zien).

Belangrijk bij het geven van de uitslag


  • Niet alle lichamelijke afwijkingen zijn te zien met een echo rond de 20 weken zwangerschap.
  • Een niet-afwijkende uitslag is geruststellend, maar een kind kan toch een afwijking hebben.
  • Tegelijkertijd kan na een afwijkende uitslag ook blijken dat er niets aan de hand is en dat sprake was van een fout-positieve uitslag.
  • Bij het TTSEO kan de beeldvorming soms onvoldoende zijn, bijvoorbeeld vanwege door een ongunstige foetale ligging of maternale obesitas. In dat geval bied je eerst een vaginale echo aan. Bespreek dit altijd met de zwangere. 

Andere afwijkingen


Naast lichamelijke afwijkingen kun je ook andere afwijkingen vinden waarvoor vervolgonderzoek nodig is:

  1. Een afwijkende placenta, vasa praevia, myomen of maternale adnexafwijkingen.
  2. Sonomarkers (of softmarkers): dat is een echoscopische variant van de normale foetale anatomie, die vaak bij vervolgonderzoek niet meer aanwezig is. Wel verhogen bepaalde sonomarkers - sommige nauwelijks, sommige zeer sterk - de kans op chromosomale en niet-chromosomale afwijkingen bij het kind. Voor sommige (combinaties van) sonomarkers verwijs je de zwangere voor een (geavanceerd echoscopisch onderzoek) naar een Centrum voor Prenatale Diagnostiek. Voor andere sonomakers is het nodig om later in de zwangerschap (30 weken zwangerschap) het onderzoek te herhalen. Zie het NVOG modelprotocol Onverwachte bevindingen bij het SEO. 

Het advies is: registreer alle sonomarkers en meld ze aan de zwangere. Heeft een sonomarker geen verdere gevolgen? Leg de zwangere dan uit dat het gaat om een ‘anatomische variant zonder klinische betekenis’.

Geen foetale hartactie

Is er geen foetale hartactie aanwezig bij het TTSEO? Dan is sprake van een niet-vitale zwangerschap. Vang in dat geval de zwangere op en zorg voor passende ondersteuning. Neem zo snel mogelijk contact op met haar verloskundig zorgverlener en verwijs zo snel mogelijk door voor verdere begeleiding en zorg.