Screening op down- edwards- en patausyndroom en het coronavirus

In Nederland gelden van 15 maart tot en met 6 april 2020 nieuwe maatregelen tegen de verspreiding van het nieuwe coronavirus. U kunt er nog steeds voor kiezen om uw ongeboren kind te laten onderzoeken op down-, edwards- en patausyndroom. Uw verloskundig zorgverlener hanteert maatregelen om verspreiding van het coronavirus (COVID-19) zoveel mogelijk te voorkomen. Counselingsgesprekken vinden bijvoorbeeld telefonisch plaats. De bloedafnamelocaties voor de NIPTniet-invasieve prenatale test kunnen tijdelijk wijzigen. Kijk hiervoor op www.meerovernipt.nl.

Voor meer informatie  over prenatale screening kunt u terecht bij uw verloskundig zorgverlener. Kijk voor meer informatie over het coronavirus op www.rivm.nl

U kunt laten onderzoeken (screenen) hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Dit onderzoek gebeurt al vroeg in de zwangerschap. U bent niet verplicht om het onderzoek op down-, edwards- en patausyndroom te doen. Denk daarom goed na over de volgende vragen voordat u besluit het onderzoek te doen:

  • Wilt u tijdens de zwangerschap al weten of uw kind het down-, edwards- of patausyndroom heeft?
  • Als u te horen krijgt dat uw kind het down-, edwards- of patausyndroom heeft, wat wilt u dan doen? 

U kiest zelf of u dit onderzoek wilt. 

Eerst een gesprek met uw verloskundige of gynaecoloog

Bij uw eerste bezoek aan uw verloskundige of gynaecoloog krijgt u de vraag: “Wilt u meer weten over het onderzoek naar het down-, edwards- en patausyndroom?” 

  • Wilt u informatie? In een uitgebreid gesprek vertelt uw verloskundige of gynaecoloog over het onderzoek. Ook kunt u vragen stellen. Daarna kiest u of u het onderzoek wilt laten doen of niet.
  • Wilt u geen informatie? Dan zal uw verloskundig zorgverlener u verder niets over het onderzoek vertellen. U kiest er dan voor om uw kind niet te laten onderzoeken op down-, edwards- en patausyndroom.