Hulp bij het maken van een keuze over screening

U kiest zelf of u de screening op down-, edwards- en patausyndroom laat doen. Dit kan een moeilijke keuze zijn. Praat erover met uw zorgverlener. Of met uw partner. Of vul de vragenlijst in die helpt om uw eigen gevoelens en mening op een rij te zetten.

Goed om te weten

Als u kiest voor de screening op down-, edwards- en patausyndroom, krijgt u altijd de uitslag van alle drie de aandoeningen. U kunt dus niet kiezen voor screening op één of twee aandoeningen. 

De drie aandoeningen verschillen in ernst. Geen kind is hetzelfde. Maar edwards- en patausyndroom zijn in het algemeen veel ernstiger dan downsyndroom.


Praten met partner of uw naasten

Als u een partner heeft, bespreekt u waarschijnlijk met elkaar of u de screening op down-, edwards- en patausyndroom wilt laten doen. Bij dit gesprek kunt u het geprinte overzicht van de antwoorden op de vragenlijst gebruiken.

Uw partner kan de vragenlijst natuurlijk ook zelf invullen. Jullie kunnen de uitgeprinte overzichten dan naast elkaar leggen en samen bespreken.

Als u kiest voor screening, welk gevoel kan de uitslag u geven?

  1. U raakt ongerust: de uitslag geeft aan dat uw kind misschien een aandoening heeft. Meestal is vervolgonderzoek nodig om dit zeker te weten. Wilt u dat dan? 
  2. U kunt voor moeilijke keuzes komen te staan: uit het vervolgonderzoek kan naar voren komen dat uw kind een aandoening heeft. U moet dan nadenken over wat u wilt doen. Zou u de zwangerschap willen uitdragen of wilt u de zwangerschap afbreken? Wilt u voor deze keuze gesteld worden of wilt u daar niet over hoeven nadenken? 
  3. U wordt gerustgesteld: bij de screening zijn geen aandoeningen gevonden. Of er is een aandoening gevonden die in het dagelijkse leven weinig problemen geeft. Ook al is de uitslag goed, uw kind kan toch een aandoening hebben. Want de screening vindt niet alle aandoeningen.

Vindt u het moeilijk en komt u er zelf niet uit? Praat erover met uw verloskundige, gynaecoloog of huisarts. Of met familie of vrienden.