De echoscopist verwijst u naar een Centrum voor Prenatale Diagnostiek voor vervolgonderzoek, dit is een afdeling in het ziekenhuis.

Het vervolgonderzoek bestaat uit

  • een uitgebreide echo in het ziekenhuis.
  • soms krijgt u ook een vruchtwaterpunctie of bloedonderzoek.

U krijgt het vervolgonderzoek meestal  binnen een week na de 20 wekenecho.
U bent niet verplicht om vervolgonderzoek te laten doen. U kiest zelf of u dit wilt laten doen.

Uitgebreide echo

In het Centrum voor Prenatale Diagnostiek krijgt u een uitgebreid echoscopisch onderzoek. Dit heet: een geavanceerd ultrageluid onderzoek (GUOgeavanceerd echoscopisch onderzoek ). Dit onderzoek lijkt op de 20 wekenecho, maar duurt vaak langer. De apparatuur is nauwkeuriger dan die bij de 20 wekenecho. De echoscopist kan daardoor meer en kleinere details van het kind zien. Soms kijkt een andere specialist mee bij het onderzoek.

Het onderzoek doet geen pijn en is niet schadelijk voor uw kind.

Vruchtwaterpunctie

Soms stelt de arts daarna voor om een vruchtwaterpunctie te doen. Dit hangt af van de afwijkingen die zijn gevonden bij het vervolgonderzoek. De arts legt het u eerst allemaal goed uit. U beslist zelf of u dit onderzoek wilt.

Bij een vruchtwaterpunctie prikt een arts met een naald in de buik en neemt een beetje vruchtwater af. Tijdens het onderzoek ligt u op uw rug. Om uw kind niet te raken, controleert de arts met een echo waar uw kind is. Van alle 1.000 vrouwen die een vruchtwaterpunctie krijgen, krijgen er ongeveer 2 een miskraam.

De uitslag van het vervolgonderzoek

Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat er toch geen afwijkingen zijn aan het kind. Maar het kan ook zijn dat er wel een afwijking wordt gevonden.