Let op: u kunt meedoen aan de 13 wekenecho vanaf 1 september 2021. Deze echo is onderdeel van een wetenschappelijke studie.

In het uitgebreide gesprek met uw verloskundige of gynaecoloog krijgt u - als u dat wilt - informatie over de NIPTniet-invasieve prenatale test , de 13 wekenecho en de 20 wekenecho. Hier staan de belangrijkste verschillen op een rij.

De 13 wekenecho en de 20 wekenecho lijken veel op elkaar. Bij beide onderzoeken bekijkt een echoscopist met een echo-apparaat of het kind lichamelijke afwijkingen heeft. Wat zijn de verschillen?

  • Bij de 13 wekenecho is het nog vroeg in de zwangerschap. Het kind is kleiner en minder ver ontwikkeld. Er is minder zichtbaar dan bij de 20 wekenecho, maar sommige vaak ernstige afwijkingen zijn al wel te zien. Als er vervolgonderzoek nodig is heeft u bij de 13 wekenecho meer tijd om te bepalen wat u met de uitslag doet.
     
  • Bij de 20 wekenecho is het kind al wat groter en zijn er meer details te zien. U heeft minder tijd om – als dat nodig is – vervolgonderzoek te laten doen en om te bepalen wat u met de uitslag doet.
     
  • Soms kan de echoscopist uw kind bij de 13 wekenecho of de 20 wekenecho niet goed zien. Dit hoeft niet te betekenen dat er iets niet goed is met uw kind. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat uw kind niet goed zichtbaar in uw buik ligt. Bij de 13 wekenecho wordt de echo niet herhaald als de echoscopist niet alles goed kon zien. Bij de 20 wekenecho wel: de echoscopist zal u vragen of u nog een keer terug wilt komen. De echo wordt nog een keer gedaan.  
     
  • Bij de 13 wekenecho kijkt de echoscopist niet of het een jongen of een meisje is. Bij de 20 wekenecho kan de echoscopist meestal wel zien of het een jongen of een meisje is. U krijgt dit alleen te horen als u er zelf om vraagt.

De NIPT is net zoals de 13 wekenecho een onderzoek dat u vroeg in de zwangerschap kunt laten doen. Maar verder zijn de verschillen groot:

  • De NIPTniet-invasieve prenatale test en de 13 wekenecho zijn twee verschillende onderzoeken, gericht op andere aandoeningen en afwijkingen.
     
  • Deze onderzoeken vervangen elkaar niet:
    - De NIPT is een onderzoek naar down-, edwards- en patausyndroom, dat zijn chromosoomafwijkingen.
    - De 13 wekenecho is daar niet voor bedoeld: dat is een onderzoek naar lichamelijke afwijkingen.
     
  • Wel ziet de echoscopist bij de 13 wekenecho soms afwijkingen die kunnen voorkomen bij een kind met een chromosoomafwijking (of een andere erfelijke aandoening). Hierbij is het belangrijk om te weten dat niet alle ernstige chromosoomafwijkingen gepaard gaan met afwijkingen die te zien zijn bij een 13 wekenecho. Als u wilt laten onderzoeken of uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft, kies dan voor de NIPT.
     
  • Bij een afwijkende NIPT kunt u niet meer meedoen aan de 13 wekenecho. En bij een afwijkende 13 wekenecho kunt u niet meer meedoen aan de NIPT. Is er een aanwijzing voor een afwijking gezien bij de 13 wekenecho en is er al bloed afgenomen voor de NIPT? Dan krijgt u gewoon de uitslag van de NIPT. Als er nog geen bloed is afgenomen, zal de verloskundige of gynaecoloog u vragen om geen NIPT te doen en (als u dat wilt) eerst de uitslag van het vervolgonderzoek af te wachten. Blijkt uit het vervolgonderzoek (een uitgebreide echo) dat er geen aanwijzing is voor een afwijking? Dan kunt u wel weer kiezen voor de NIPT en/of de 20 wekenecho.