Tijdens de gehoortest krijgt uw kind een klein, zacht dopje in het oor. Via dit dopje wordt een zacht knetterend geluid het oor in gestuurd. Een gezond oor reageert hierop door geluidjes te maken. Een kleine microfoon in het dopje vangt deze reactiegeluidjes op. Het dopje is verbonden met een apparaat. Dit apparaat beoordeelt aan de hand van de reactiegeluidjes of het oor goed werkt.

De video laat zien hoe het gehoor van uw kind wordt getest.

Meteen na afloop van de gehoortest krijgt u de uitslag. De medewerker van het consultatiebureau bespreekt de uitslag met u.

 

Uitslag ‘voldoende’

Bij ongeveer 95 op de 100 kinderen is de uitslag van de gehoortest ‘voldoende’. Deze uitslag betekent dat uw kind op dat moment vrijwel zeker voldoende hoort om goed te leren praten. De test geeft geen 100% zekerheid dat uw kind voldoende hoort. Daarom is het belangrijk dat u op het gehoor van uw kind blijft letten. Ook omdat het heel soms voorkomt dat een kind op latere leeftijd slechthorend wordt.

Vraagt u zich na de gehoortest af of uw kind wel goed hoort? Neem dan contact op met uw huisarts of het consultatiebureau.
 

Uitslag ‘onvoldoende’ bij eerste gehoortest

Als de uitslag ‘onvoldoende’ is aan één oor of beide oren, hoeft dat nog niet te betekenen dat uw kind een blijvend gehoorverlies heeft. In de meeste gevallen is er iets anders aan de hand. Bijvoorbeeld:

  • Er was tijdens de test te veel omgevingslawaai.
  • Uw kind was onrustig of huilde.
  • Er zat te veel oorsmeer in de gehoorgang of vocht achter het trommelvlies, bijvoorbeeld als gevolg van een verkoudheid.

Na ongeveer een week krijgt uw kind een tweede gehoortest.