In de laatste maanden van de zwangerschap krijgt de zwangere van de verloskundig zorgverlener een folder met informatie over de gehoor- en hielprikscreening. Als ouders de geboorte van hun kind aangeven bij de burgerlijke stand, ontvangen zij deze folder opnieuw.

Eerste screening

De hielprik en de gehoorscreening worden meestal tegelijk bij een huisbezoek aangeboden, tussen de 4e en 7e dag na de geboorte. Dat gebeurt in de regel door een medewerker van een Jeugdgezondheidszorg (JGZJeugdgezondheidszorg) organisatie en soms door de kraamzorg. In sommige JGZ-organisaties in Zuid-Holland en Gelderland voert de verloskundige de hielprik nog uit. De gehoorscreening wordt dan aangeboden op het consultatiebureau, als het kind enkele weken oud is. Bij de eerste gehoorscreening wordt getest met behulp van de oto-akoestische emissie methode (OAE-methode).

Tweede screening

Het kan zijn dat bij de eerste screening aan één of beide oren geen voldoende gehoor wordt aangetoond. Dan wordt een afspraak gemaakt voor een tweede screening: een herhaling van de OAE-methode.

Derde screening

Als ook de uitslag van de tweede screening onvoldoende is, wordt een afspraak gemaakt voor een derde screening. Bij deze screening wordt de Automated Auditory Brainstem Response methode (AABR-methode) gebruikt. De regiocoördinator voert de derde screening uit.

Vervolgonderzoek Audiologisch Centrum

Als ook de derde screening onvoldoende is aan één of beide oren, wordt het kind verwezen naar een Audiologisch Centrum voor verder onderzoek.

Afwijkingen van het protocol

In sommige situaties wordt afgeweken van het protocol. Dat gebeurt bij kinderen die langer dan drie weken in het ziekenhuis verblijven. En bij kinderen met een verhoogde kans op auditieve neuropathie.

Langer dan drie weken in het ziekenhuis

Als kinderen langer dan drie weken in het ziekenhuis verblijven, wordt nagevraagd of ze op korte termijn naar huis mogen. Zo ja, dan doorlopen zij thuis alsnog het gehoorscreeningsproces. Als dat niet zo is, krijgen zij de gehoorscreening vier à vijf weken na de geboorte in het ziekenhuis aangeboden. De kinderarts moet hier toestemming voor geven. In dat geval zal de regiocoördinator de screening volgens de AABR-methode uitvoeren. Bij een vroeggeboorte (<37 weken), mag het moment waarop de gehoortest zou plaatsvinden, worden berekend op basis van de uitgerekende datum. 

Verhoogde kans op auditieve neuropathie

Kinderen met een verhoogde kans op auditieve neuropathie worden meteen gescreend met de AABR-methode. Dit geldt voor:

  • Kinderen die opgenomen worden op een Neonatale Intensive Care Unit (NICUneonatale intensive care unit ). NICU-medewerkers screenen het gehoor bij deze kinderen. Hiervoor geldt een ander protocol.
  • Kinderen die een wisseltransfusie hebben ondergaan.
  • Kinderen die een meningitis hebben gehad.