De gehoorscreening kan tot twee uitslagen leiden: voldoende of onvoldoende (‘pass’ of ‘refer’). Als de uitslag van de derde gehoorscreeningsronde ook onvoldoende (refer) is, volgt een verwijzing naar een Audiologisch Centrum.

Uitslag ‘voldoende’

Als de uitslag aan beide oren ‘voldoende’ (‘pass’) is, is de screening afgerond. Toch blijft er een kans bestaan dat het gehoor later tijdelijk afneemt. Daarom is het van belang dat ouders beseffen dat deze uitslag geen garantie biedt voor een blijvend goed gehoor. Bij twijfel over het gehoor van hun kind kunnen ze contact opnemen met hun huisarts of consultatiebureau.

Uitslag ‘onvoldoende’

Het kan zijn dat na drie screeningsrondes nog niet voldoende gehoor kan worden aangetoond (‘refer’) aan één of beide oren. Dan wordt het kind verwezen naar een Audiologisch Centrum voor verder onderzoek. De regiocoördinator regelt de verwijzing, die de huisarts achteraf fiatteert.

Binnen 6 maanden behandelen

Het doel is om bij kinderen met een permanent gehoorverlies binnen 6 maanden na de geboorte te beginnen met een passende interventie. Dit komt de ontwikkeling van taal en spraak bij het kind ten goede.

Beperkingen van de gehoorscreening

Een screeningsprogramma is nooit waterdicht. Er zullen altijd kinderen met slechthorendheid gemist worden, bijvoorbeeld door de gehanteerde screeningsmethode. De OAE-methode screent immers tot op het niveau van de buitenste trilhaarcellen die de emissies produceren. Het traject vanaf de binnenste haarcellen naar het centrale zenuwstelsel wordt niet getest. Ook is het mogelijk dat slechthorendheid zich pas ontwikkelt na het moment waarop de gehoorscreening plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld door vocht in het middenoor (Otitis Media met Effusie (OME)).