Bij de organisatie en uitvoering van het bevolkingsonderzoek PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie) zijn professionals uit diverse geledingen en organisaties betrokken. De organisatie, uitvoering en financiering van de PSIE zijn vastgelegd in wettelijke kaders.

Verder lezen over:

  • Betrokken partijen en hun taken
  • Kwaliteitsborging
  • Beleidskader Pre- en Neonatale Screeningen
  • Wet Publieke Gezondheid
  • Financiering PSIE

Betrokken partijen en hun kerntaken

Bij de organisatie en uitvoering van het bevolkingsonderzoek PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie  zijn professionals uit diverse geledingen en organisaties betrokken.

In opdracht van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, coördineert het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek de PSIE dat standaard door de verloskundig zorgverlener wordt aangeboden aan alle zwangere vrouwen. Na de eerste bloedafname, bij voorkeur vóór de 13e week van de zwangerschap kunnen er binnen het bevolkingsonderzoek verschillende vervolgacties plaatsvinden. Een eventuele behandeling vindt plaats binnen de zorg en valt theoretisch gezien niet onder het domein van het bevolkingsonderzoek. Dat neemt niet weg dat het CvB verantwoordelijk is voor de evaluatie van het uiteindelijke resultaat dat het bevolkingsonderzoek oplevert voor zwangere vrouwen en hun pasgeboren kinderen.
Uitgangspunt is dat de screening effectief, doelmatig, betrouwbaar en landelijk uniform wordt uitgevoerd en aansluit op de zorg. RIVM-CvB past het bevolkingsonderzoek zo nodig aan en legt verantwoording af over kosten en baten.

RIVM-DVPDienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s   en de RIVM-DVP-regiokantoren zijn de uitvoeringsorganisaties en zijn verantwoordelijk voor de regionale coördinatie van de PSIE. Zij registreren de gegevens van de zwangere en de bloeduitslagen en nemen eventuele vervolgacties op in het dossier en bewaken de voortgang daarvan. Zij stellen gegevens beschikbaar voor evaluatie en monitoring. Zij betalen de laboratoria voor het verrichte onderzoek en organiseren een logistiek netwerk voor distributie van anti-Rhesus (D)-immunoglobuline (anti-D) en hepatitis B-vaccin (deze valt formeel onder het RVPRijksvaccinatieprogramma). Medisch adviseurs verlenen inhoudelijke ondersteuning.

De zwangere neemt zelf contact op met de VKZverloskundig zorgverlener , te weten verloskundige, gynaecoloog of verloskundig actieve huisarts). Tijdens het eerste consult, dat bij voorkeur plaatsvindt vóór week 13 van de zwangerschap, geeft de VKZ voorlichting over het bevolkingsonderzoek. Na toestemming van de zwangere vrouw wordt bloed afgenomen door de VKZ of een priklaboratorium. Zodra de uitslag bekend is, licht de VKZ de zwangere in over de bloeduitslagen en over de eventuele consequenties en registreert de benodigde gegevens. Indien de uitslagen daartoe aanleiding geven zet de VKZ vervolgacties in gang en/of draagt de zwangere over aan de tweedelijnszorg.

Het laboratorium screent het bloed op de infectieziekten hepatitis B, syfilis (lues) en hivhumaan immunodeficientievirus , bepaalt de bloedgroepen ABO, Rhesus (D) en Rhesus (c) en onderzoekt of irregulaire erytrocytenantistoffen (IEAirregulaire erytrocyten antistoffen ) aanwezig zijn. Bij een afwijkende uitslag verricht het laboratorium benodigd confirmatieonderzoek en stuurt de definitieve uitslagen met een eindconclusie naar de verloskundig zorgverlener en de DVP-regiokantoren.

  • Geaccrediteerde medisch (microbiologisch of klinisch chemisch) laboratorium in Nederland mogen het eerste bloedonderzoek uitvoeren.
  • Sanquin Diagnostiek en BIBO zijn verantwoordelijk voor nadere diagnostiek voor IEA van het éérste bloedonderzoek.
  • Sanquin Diagnostiek verricht het 27e-weeks onderzoek bij zwangeren met bloedgroep Rhc- of RhDRhesus (D) -negatief.

Hier vindt u de door VWS vastgestelde tarieven voor de diverse laboratoriumbepalingen  in het kader van het eerste bloedonderzoek voor de PSIE.

De programmacommissie PSIE (PPSIE), ingesteld door het RIVM-CvB, adviseert het RIVM bij de landelijke coördinatie van het programma. De programmacommissie bestaat uit deskundigen uit kringen van relevante beroepsgroepen en organisaties. Onder de programmacommissie zijn een aantal werkgroepen actief die, rechtstreeks of via de programmamanager rapporteren aan de programmacommissie.

De koepels van de beroepsgroepen verzorgen de communicatie naar hun achterban, overige betrokken organisaties en de overheid.

Meer informatie

 

Kwaliteitsborging

Alle ketenpartners dienen te voldoen aan de door het RIVM-CvB vastgestelde kwaliteitseisen zoals beschreven in het draaiboek PSIE. RIVM-CvB bewaakt de kwaliteit van de keten door evaluatie en monitoring van het programma.

 

Beleidskader Pre- en Neonatale Screeningen

Het Beleidskader Pre- en Neonatale Screeningen geeft een overzicht van de wettelijke en beleidsmatige kaders, zoals die door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zijn vastgesteld. Het beleidskader is voor het RIVM-CvB een instrument om de regie te kunnen voeren op de bevolkingsonderzoeken en de kwaliteit, bereikbaarheid en betaalbaarheid daarvan te bewaken.

Het beleidskader beschrijft hoe partijen samenwerken die betrokken zijn bij de voorbereiding van, besluitvorming over en uitvoering van de pre- en neonatale screeningen. Voor een goede kwaliteit van de screening is het van belang dat alle logistieke en inhoudelijke processen goed op elkaar aansluiten. Vooral de 'overgang' van een uitslag van de screening naar een diagnose en behandeling is een belangrijke stap, waarvoor uitvoerende partijen en de zorg gezamenlijk verantwoordelijk zijn.

Het Beleidskader geeft ook de kaders weer die relevant zijn voor de nadere uitwerking van de draaiboeken van de screeningen, waaronder de PSIE.

 

Wet Publieke Gezondheid

Sinds 1 januari 2018 zijn de programma's PSIE en NHSneonatale hielprikscreening wettelijk verankerd in de Wet Publieke Gezondheid (Staatsblad 2017, 258 | Wet en Staatsblad 2017, 457 | AMVB). De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het wettelijke kader voor de publieke gezondheidszorg. De onder de Wpg vallende activiteiten zijn gericht op preventie, inclusief gezondheidsbevordering. De wet biedt tevens een kader voor de samenwerking tussen rijk en gemeenten op het terrein van de publieke gezondheidszorg.

Er wordt door het ministerie van VWS en RIVM-CvB gewerkt aan het opstellen van nadere regelingen voor onder andere de PSIE en de neonatale hielprikscreening (NHS) onder de Wet PG. Hierin worden eind 2020 de draaiboeken PSIE en NHS als leidende documenten voor de uitvoering van het screeningsprogramma opgenomen.

 

Financiering PSIE

De kosten voor de uitvoering van de PSIE zijn deels opgenomen in de Rijksbegroting en deels in de Zorgverzekeringswet (ZvW). De vergoeding van de laboratoriumanalyses, inkoop van anti-D, de organisatiekosten van RIVM-DVP en de regiekosten RIVM-CvB komen uit de Rijksbegroting. De uitvoering van de PSIE door verloskundig zorgverleners wordt betaald uit de zorgverzekering en is versleuteld in de tarieven voor verloskundige zorg.

Verloskundig zorgverleners
Alle werkzaamheden inhet kader van de PSIE zijn opgenomen in het tarief voor verloskundige zorg.

Laboratoria
Het ministerie van VWS stelt jaarlijks tarieven vast voor de uitvoer van laboratoriumbepalingen. Deze zijn hier te vinden.  Laboratoria krijgen de kosten vergoed via RIVM-DVP na aanlevering van de uitslagen in Praeventis.

Zwangere
Voor de zwangere zijn er geen kosten verbonden aan het eerste en, indien geïndiceerd, 27e weeks bloedonderzoek. De zorgverzekering van de zwangere betaalt de kosten voor eventueel vervolgonderzoek en behandeling. Afhankelijk van de hoogte van het eigen risico en het bedrag dat reeds is gebruikt, kan het zijn dat de zwangere deze kosten, of een gedeelte daarvan, zelf zal moeten betalen.

RIVM-DVP koopt anti-Rhesus D-immunoglobuline (anti-D) centraal in. Hieraan zijn voor de zwangere geen kosten verbonden. De zorgverzekering van de moeder vergoedt de kosten voor toediening van hepatitis B-immunoglobuline aan het kind direct na de geboorte.

Indien tweedelijnszorg is geïndiceerd, betaalt de zorgverzekering van de zwangere de kosten.

Kind
RIVM-DVP koopt hepatitis B-vaccin centraal in. Hieraan zijn voor de ouders geen kosten verbonden.

Vader
Indien IEA zijn gevonden, kan onderzoek van het bloed van de biologische vader nodig zijn om de juiste diagnose te kunnen stellen. Na aanlevering van de uitslagen in Praeventis krijgt Sanquin de kosten vergoed via RIVM-DVP.

Meer informatie vindt u in het draaiboek PSIE of de Factsheet PSIE