Na de hielprik wordt het bloed naar een laboratorium gestuurd. Daar wordt het bloed onderzocht op een aantal ziekten. De uitslag van de hielprik is binnen vijf weken bekend.

Er zijn vier uitslagen mogelijk. Meestal is de uitslag goed.  

Als de hielprik voor 1 maart is afgenomen, geldt voor de uitslag van de hielprik ‘Geen bericht is goed bericht’.
Als de hielprik op of na 1 maart is afgenomen, dan worden ouders altijd over de uitslag van de hielprik geïnformeerd. Ook als de uitslag goed is.

Uw kind heeft de hielprik gehad vóór 1 maart:

Meestal is de uitslag van de hielprik goed. Als de uitslag van de hielprik goed is, ontvangt u geen bericht. Als u vijf weken na de hielprik geen bericht heeft ontvangen, is de uitslag goed.

Ondanks de goede uitslag van de hielprik is er een kleine kans dat een kind wel een van de onderzochte ziektes heeft. Twijfelt u aan de gezondheid van uw kind? Neem dan contact op met uw huisarts.

Uw kind heeft de hielprik gehad op of ná 1 maart:

Meestal is de uitslag van de hielprik goed. Als de uitslag van de hielprik goed is, ontvangt u binnen vijf weken een brief van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Ondanks de goede uitslag van de hielprik is er een kleine kans dat een kind wel een van de onderzochte ziektes heeft. Twijfelt u aan de gezondheid van uw kind? Neem dan contact op met uw huisarts.

Een afwijkende uitslag van de hielprik betekent dat een kind mogelijk een ziekte heeft. Als er een afwijkende uitslag is gevonden, dan neemt uw huisarts zo snel mogelijk contact met u op over het vervolgonderzoek. U krijgt hierover ook bericht van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Te weinig bloed

Soms is er te weinig bloed om goed onderzoek te doen in het laboratorium. Dan moet de hielprik nog een keer worden afgenomen. Als de extra hielprik op of na 1 maart is afgenomen dan krijgt u binnen 5 weken bericht over de uitslag. Ook als de uitslag goed is.

Bij een afwijkende uitslag neemt uw huisarts zo snel mogelijk contact met u op.

Nog geen conclusie mogelijk

Soms is de uitslag van de hielprik niet meteen duidelijk. Ook dan moet de hielprik nog een keer worden afgenomen. U krijgt hierover bericht van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

De uitslag van deze extra hielprik is binnen twee weken bekend. U krijgt hierover bericht van het RIVM. Ook als de uitslag goed is.

Als de extra hielprik op of na 1 maart is afgenomen en de andere uitslagen van de hielprik zijn ook goed, dan krijgt u binnen 5 weken een brief van het RIVM over de andere uitslagen van de hielprik.

Bij een afwijkende uitslag neemt uw huisarts zo snel mogelijk contact met u op.

Bloedtransfusie

Wanneer uw kind vóór de hielprik een bloedtransfusie met rode bloedcellen heeft gekregen, is onderzoek naar erfelijke bloedarmoede niet mogelijk. De hielprik wordt dan na drie maanden herhaald voor het onderzoek naar erfelijke bloedarmoede. U krijgt over de uitslag van deze extra hielprik bericht van het RIVM. Ook als de uitslag goed is.

Bij een afwijkende uitslag neemt uw huisarts zo snel mogelijk contact met u op.

De uitslag van de hielprik kan zijn dat uw kind niet ziek is, maar wel drager is van sikkelcelziekte. Dragers hebben geen sikkelcelziekte en kunnen de ziekte ook nooit krijgen. Lees meer over wat dragerschap sikkelcelziekte voor u en uw kind betekent.

Als uw kind drager is van sikkelcelziekte, ontvangt u hierover bericht van uw huisarts. U krijgt hierover ook een brief van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Als de hielprik op of na 1 maart is afgenomen en de andere uitslagen van de hielprik zijn goed, dan krijgt u wel binnen 5 weken een brief van het RIVM over de andere uitslagen van de hielprik.

Wilt u niet weten of uw kind drager is van sikkelcelziekte? En u heeft dit aangegeven bij degene die de hielprik heeft gedaan? Dan ontvangt u geen bericht als dragerschap sikkelcelziekte wordt gevonden.

Vragen over de uitslag?

Heeft u nog vragen over de uitslag? Bel dan met het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVPDienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s regiokantoor in uw regio. De contactgegevens vindt u bij Contact.