Informatie over de landelijke en regionale organisatie en financiering van de neonatale na de geboorte gehoorscreening.

Landelijke organisatie

Sinds januari 2008 is de regie van de neonatale na de geboorte gehoorscreening door het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in handen gelegd van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Binnen het RIVM zijn de regietaken, zoals die ook voor andere bevolkingsonderzoeken worden uitgevoerd, ondergebracht bij het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB Centrum voor Bevolkingsonderzoek ).

Het CvB heeft in 2008 een Programmacommissie Neonatale Gehoorscreening (PNGS) ingesteld, die het CvB adviseert over de landelijke regie van het programma met als doel het programma optimaal te laten functioneren. Het voorzitterschap van de programmacommissie wordt vervuld door een onafhankelijk voorzitter met relevante bestuurlijke ervaring. De voorzitter wordt aangezocht door het CvB. Het secretariaat wordt vervuld door de programmacoördinator neonatale gehoorscreening.

De PNGS bestaat uit deskundigen uit kringen van relevante beroepsgroepen en organisaties met gezag binnen hun vakgebied of hun ‘netwerk’, en met relaties in het veld. De leden van de programmacommissie zijn bij voorkeur afkomstig uit de verschillende organisaties en beroepsgroepen die betrokken zijn bij de uitvoering van de neonatale gehoorscreening. Zij dienen het belang van het screeningsprogramma en zitten in de commissie zonder last of ruggespraak. De leden signaleren wanneer een advies mogelijk geen draagvlak heeft bij hun achterban.

Ten behoeve van de afstemming met het programma neonatale hielprikscreening neemt de (programma)coördinator neonatale hielprikscreening deel aan de PNGS.

De deskundigheid binnen de PNGS vormt een goede afspiegeling van de expertise die betrokken is bij de praktische uitvoering van de neonatale gehoorscreening. Dit geldt ook voor de werkgroepen.

De leden van de PNGS ontvangen per vergadering op verzoek een onkosten- en reiskostenvergoeding.

Onder de Programmacommissie zijn zo nodig enkele werkgroepen actief die rechtstreeks of via de programmacoördinator rapporteren aan de Programmacommissie. Meer informatie over de organisatie op landelijk niveau is te vinden in het ‘Beleidskader Pre- en Neonatale Screeningen’ op de website van het RIVM.

Regionale organisatie

De uitvoering van de neonatale gehoorscreening vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de JGZ Jeugdgezondheidszorg. Enkele JGZ-organisaties hebben deze taak uitbesteed aan kraamzorgorganisaties. De gehoorscreening wordt in combinatie met de hielprikscreening aangeboden tijdens hetzelfde huisbezoek. Bij enkele JGZ-organisaties in Zuid Holland en Gelderland wordt de hielprikscreening nog uitgevoerd door verloskundigen. Deze JGZ-organisaties bieden de gehoorscreening aan tijdens speciaal hiervoor georganiseerde consultatiebureauzittingen of voeren de gehoorscreening uit tijdens het eerste huisbezoek door de jeugdverpleegkundige tussen de 10e en 14e dag na de geboorte.

De regionale coördinatie vindt plaats door regiocoördinatoren, die afhankelijk van de grootte van de organisaties hun diensten verrichten voor een of meerdere organisaties. De regiocoördinatoren zijn meestal in dienst van JGZ-organisaties, een deel van de JGZ- organisaties heeft deze diensten ingekocht bij de NSDSK.

Vanuit het screeningsprogramma eindigt de verantwoordelijkheid van de JGZ op het moment dat de aansluiting op de zorg tot stand is gebracht, in dit geval op het moment van het eerste bezoek dat de ouders met hun kind aan het Audiologisch Centrum brengen.

Financiering

De neonatale gehoorscreening maakt deel uit van het Basispakket Jeugdgezondheidszorg. De JGZ-organisaties zijn verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Zij kunnen hiervoor een andere partij inschakelen. De financiering van de uitvoering van het Basispakket JGZ vindt plaats via de gemeentes. De financiering van de neonatale gehoorscreening is hierin niet geoormerkt.

De landelijke regie- en coördinatiefunctie van het CvB-RIVM wordt gefinancierd uit de Rijksbegroting van het ministerie van VWS.