Wanneer na twee screeningsrondes nog steeds geen voldoende gehoor is aangetoond aan één of beide oren volgt de derde screeningsronde waarin een andere methode wordt gebruikt: de AABR-methode.

Direct naar:

 

Bijzondere situaties: vooraf

Een kind wordt direct gescreend met de AABR-methode indien:

  • een kind langdurig opgenomen is in het ziekenhuis of
  • wanneer bij het kind sprake is van risicofactoren met betrekking tot auditieve neuropathie.

Zie ook Screeningsprotocollen in bijzondere situaties voor die kinderen voor wie de reguliere gehoorscreening niet mogelijk of toereikend is.

Voorbereiding

De AABR-screener (dit is meestal de regiocoördinator) neemt telefonisch contact op met de ouders en maakt een afspraak om langs te komen. Gevraagd wordt om voorafgaand aan de screening onderzoek geen badolie of lotion bij het kind te gebruiken omdat dan de plakkers die bij het onderzoek gebruikt worden niet goed blijven zitten. Aangegeven wordt dat een vrij stille omgeving van belang is tijdens de test, en dat de screening het beste verloopt als het kind slaapt. Dit laatste lukt vaak het beste als het kind voorafgaand aan de test een voeding heeft gekregen.

Het voorgesprek

De screener informeert bij de ouders hoe het screeningstraject tot nu toe verlopen is. Vervolgens wordt informatie gegeven over de AABR-methode:

  • alleen het oor dat nog geen voldoende testresultaat had wordt gescreend;
  • bij het kind worden plakkers geplakt op het voorhoofd, in de nek en één op de rug, borstbeen of wang;
  • deze zijn verbonden met het testapparaat;
  • het kind krijgt ook twee oorkapjes (afhankelijk van het aantal te testen oren);
  • die zorgen voor een goede afscherming van het geluid;
  • via de kapjes wordt geluid aan het oor aangeboden;
  • in de plakkers zitten elektrodes die registeren of het signaal in de hersenen aankomt;
  • het screeningsapparaat verwerkt de informatie van de elektrodes en geeft na een tijdje de uitslag;
  • het is belangrijk dat de baby zoveel mogelijk stil ligt tijdens de meting.

De uitvoering van de AABR-screening

De AABR-screening wordt uitgevoerd volgens de gebruikershandleiding. Dit geldt ook voor de daarin opgenomen veiligheids- en onderhoudsvoorschriften. Voor de kalibratie van de apparatuur dienen de richtlijnen van de fabrikant te worden gevolgd.
Voor de uitvoering van de AABR-screening geldt hetzelfde als bij de OAE-screening. Ook hier dient driemaal een meting geresulteerd te hebben in een ’refer’ voordat geconcludeerd kan worden dat geen voldoende gehoor aangetoond kan worden aan het betreffende oor.
Het aantal afgebroken meetpogingen mag in totaal niet meer dan drie per oor bedragen.

Het nagesprek

Uitslag: voldoende aan beide oren

De screener geeft de ouders de volgende informatie:

  • de uitslag van de gehoortest is aan beide oren voldoende;
  • dit betekent dat het gehoor van het kind op dat moment vrijwel zeker voldoende functioneert;
  • het is echter belangrijk dat de ouders op het gehoor van het kind blijven letten;
  • heel soms ontwikkelt slechthorendheid zich namelijk pas op een later tijdstip;
  • als de ouders twijfelen aan het gehoor van hun kind, dan moeten ze hierover contact opnemen met hun huisarts of met de jeugdarts.
Uitslag: één oor voldoende, één oor onvoldoende

De screener legt het volgende uit:

  • dat aan één oor op dit moment een voldoende gehoor is aangetoond;
  • dat dit nog niet bij het andere oor is aangetoond;
  • mogelijke oorzaken hiervan kunnen zijn: vocht achter het trommelvlies, omgevingslawaai, onrust van de baby;
  • maar het kan ook zijn dat het oor werkelijk niet goed functioneert;
  • dat het op dit moment niet bekend is waar het om gaat;
  • dat het kind daarom verder moet worden onderzocht in een Audiologisch Centrum;
  • het Audiologisch Centrum is een instelling die gespecialiseerd is in onderzoek van gehoor, spraak en taal;
  • soms is een Audiologisch Centrum verbonden aan een ziekenhuis;
  • het onderzoek in het Audiologisch Centrum is uitgebreider dan de screening, maar niet pijnlijk voor het kind;
  • als er meerdere Audiologische Centra in de buurt zijn geeft de regiocoördinator/screener aan wat de mogelijkheden zijn waaruit de ouders kunnen kiezen;
  • dat de regiocoördinator/screener zorgt voor de afspraak in het Audiologisch Centrum en hierover de ouders zal informeren;
  • dat als de ouders akkoord gaan met de verwijzing, de screeningsresultaten naar de huisarts en het Audiologisch Centrum gestuurd zullen worden.

Verder:

  • overhandigt de regiocoördinator de folder ‘Gehoorscreening onvoldoende’, en licht de informatie zo nodig verder toe.
  • stelt de regiocoördinator een aantal vragen aan de ouders gesteld die nodig zijn bij de verwijzing (zie 'Anamneseformulier bij verwijzing naar Audiologisch Centrum'.
  • vraagt de regiocoördinator aan de ouders gevraagd of ze akkoord gaan met het versturen van de resultaten van de diagnostiek vanuit het Audiologisch Centrum naar de JGZ Jeugdgezondheidszorg (als de JGZ verwijzer wordt, dan hoeft dit niet meer gevraagd te worden) en de NSDSK. Gaan de ouders hiermee akkoord, dan dienen ze het hiervoor bestemde formulier te ondertekenen dat meegestuurd wordt naar het Audiologisch Centrum.
Uitslag: beide oren onvoldoende

Hiervoor geldt hetzelfde als bij de uitslag één oor onvoldoende. Alleen wordt nu gesproken over beide oren onvoldoende. De screener legt het volgende uit:

  • dat aan beide oren op dit moment een onvoldoende gehoor is aangetoond;
  • mogelijke oorzaken hiervan kunnen zijn: vocht achter het trommelvlies, omgevingslawaai, onrust van de baby;
  • maar het kan ook zijn dat de oren werkelijk niet goed functioneren;
  • dat het op dit moment niet bekend is waar het om gaat;
  • dat het kind daarom verder moet worden onderzocht in een Audiologisch Centrum;
  • het Audiologisch Centrum is een instelling die gespecialiseerd is in onderzoek van gehoor, spraak en taal;
  • soms is een Audiologisch Centrum verbonden aan een ziekenhuis;
  • het onderzoek in het Audiologisch Centrum is uitgebreider dan de screening, maar niet pijnlijk voor het kind;
  • als er meerdere Audiologische Centra in de buurt zijn, geeft de regiocoördinator/screener aan wat de mogelijkheden zijn waaruit de ouders kunnen kiezen;
  • dat de regiocoördinator/screener zorgt voor de afspraak in het Audiologisch Centrum en hierover de ouders zal informeren;
  • dat als de ouders akkoord gaan met de verwijzing, de screeningsresultaten naar de huisarts en het Audiologisch Centrum gestuurd zullen worden.

Verder:

  • overhandigt de regiocoördinator de folder ‘Gehoorscreening onvoldoende’, en licht de informatie zo nodig verder toe.
  • stelt de regiocoördinator een aantal vragen aan de ouders  die nodig zijn bij de verwijzing (zie 'Anamneseformulier bij verwijzing naar Audiologisch Centrum' 
  • vraagt de regiocoördinator aan de ouders gevraagd of ze akkoord gaan met het versturen van de resultaten van de diagnostiek vanuit het Audiologisch Centrum naar de JGZ (als de JGZ verwijzer wordt, dan hoeft dit niet meer gevraagd te worden) en de NSDSK. Gaan de ouders hiermee akkoord, dan dienen ze het hiervoor bestemde formulier te ondertekenen dat meegestuurd wordt naar het Audiologisch Centrum.

Registratie van de screeningsgegevens

De regiocoördinator

  • voert de resultaten van de AABR-screening handmatig in in het NIS Neonatale Gehoorscreeningsinformatiesysteem ;
  • registreert dat de ouders geïnformeerd zijn over het sturen van de screeningsgegevens naar de huisarts en het Audiologisch Centrum.

De verwijzing naar het Audiologisch Centrum

Nadat de ouders akkoord zijn gegaan met de verwijzing zorgt de regiocoördinator ervoor dat de ouders een afspraak krijgen op het Audiologisch Centrum en dat de volgende brieven uit het NIS gedraaid worden:

  • de verwijsbrief voor het Audiologisch Centrum;
  • de brief voor de huisarts waarin verzocht wordt om een verwijskaart;
  • de brief om het consultatiebureau te informeren over de verwijzing.

Zie de 'Brieven behorend bij de verwijzing naar een Audiologisch Centrum' voor het format van de verwijsbrieven.

De regiocoördinator controleert na twee maanden of de ouders daadwerkelijk met hun kind op de afspraak verschenen zijn. Wanneer de audioloog signaleert dat de ouders niet met hun kind op de afspraak zijn verschenen informeert hij de regiocoördinator. Wanneer de ouders niet verschenen zijn op de afspraak neemt de regiocoördinator contact op met de ouders om te informeren naar de reden. Wanneer nodig probeert de regiocoördinator de ouders te motiveren om alsnog te gaan. Zo nodig kunnen jeugdarts en huisarts gevraagd worden hierbij te ondersteunen.

Gesprekshulp AABR-screening

Er is een gesprekshulp beschikbaar voor het gesprek met de ouders bij de AABR-screening. Er is ook een Engelse vertaling beschikbaar. De gesprekshulpen in het Nederlands kunnen ook besteld worden via de webshop.