De neonatale na de geboorte gehoorscreening maakt gebruik van de OAE-methode en de AABR-methode. Lijkt er sprake van gehoorverlies, dan wordt het kind doorverwezen voor diagnostiek. Hier leest u daar meer over.

Een gehoorverlies kan worden opgespoord door middel van de:

In de JGZ Jeugdgezondheidszorg wordt gebruik gemaakt van beide screeningsmethodes: in de eerste twee rondes gebruikt men de OAE-methode en in de derde ronde de AABR-methode. 

OAE (Oto Akoestische Emissies) methode

In het slakkenhuis zorgen haarcellen voor de omzetting van geluidstrillingen in elektrische activiteit. De gehoorzenuw geleid deze trillingen verder het centrale zenuwstelsel in naar de hersenschors waar we ons van het geluid bewust worden.  Zie ook 'Wat is gehoorverlies'.

Er zijn twee soorten haarcellen die afhankelijk van hun positie ten opzichte van het centrum van het slakkenhuis binnenste of buitenste haarcellen genoemd worden. De beide celtypes verschillen in anatomisch en functioneel opzicht van elkaar. De binnenste haarcellen zorgen voor de omzetting van de geluidstrillingen in elektrische activiteit. Ze zijn niet in staat om zachte geluiden (trillingen met een geringe amplitude) waar te nemen. Deze trillingen worden versterkt door de buitenste haarcellen die elementen in hun celplasma hebben die net als spieren kunnen samentrekken. Net als een schommel die steeds hoger gaat als steeds een zetje gegeven wordt, veroorzaken de buitenste haarcellen ook een toename van de bewegingen in dit gebiedje. Bij voldoende versterking van de trillingen kunnen de binnenste haarcellen ze wel waarnemen. Iets van deze versterkingsenergie lekt echter weg, en komt via het middenoor weer in de gehoorgang waar het geregistreerd kan worden als kleine geluidjes (emissies).

De OAE-methode maakt gebruik van dit principe. Er wordt een geluidje aangeboden aan een oor. Als er als reactie op het geluidje voldoende emissies worden geregistreerd in de gehoorgang, dan verschijnt op de display van het screeningsapparaat het bericht: ‘pass’. Worden geen of onvoldoende emissies geregistreerd, dan verschijnt ‘refer’ op de display. In geval van een ‘pass’ kan geconcludeerd worden dat op dat moment het oor tot op het niveau van de buitenste haarcellen goed functioneert. 
De OAE-methode kan op elke leeftijd worden toegepast. Een animatie van de OAE-screening is hier te vinden. 

AABR (Automated Auditory Brainstem Response) methode

Ook bij de AABR-methode wordt een geluid aangeboden aan het oor. Op hersenstamniveau wordt vervolgens gekeken of de elektrofysiologische reactie op dit geluid kan worden gemeten. Dit wordt gedaan met behulp van enkele elektrodes (op het voorhoofd, in de nek, en één op de rug, borstbeen of wang van het kind). Hiermee kan de elektroencephalografische (EEG) activiteit worden geregistreerd. Het screeningsapparaat filtert hieruit de respons op iedere auditieve prikkel. De responsen worden vergeleken met een referentiewaarde voor pasgeborenen. Vervolgens wordt de kans berekend (likelihood ratio) dat met voldoende zekerheid (99,7%) onderscheid gemaakt kan worden tussen een voldoende en onvoldoende reactie. Bij voldoende reactie op het geluid verschijnt in de display de uitslag: ‘pass’, en wanneer geen voldoende reactie kan worden aangetoond: ‘refer’.
De AABR-apparatuur die voor de neonatale na de geboorte gehoorscreening wordt gebruikt kan worden gehanteerd tot de leeftijd van een half jaar. Een animatie van de AABR-screening is hier te vinden op.

Diagnostiek

Vanuit de neonatale gehoorscreening worden kinderen verwezen naar een Audiologisch Centrum. De Audiologische Centra hanteren een protocol dat is opgesteld door de Federatie van Nederlandse Audiologische Centra (FENAC). De uitgangspunten van dit diagnostisch protocol zijn:

  • aard en ernst van het gehoorverlies vaststellen;
  • is er sprake van een permanent gehoorverlies;
  • de revalidatie zo spoedig mogelijk en vóór de leeftijd van zes maanden starten.