De regiocoördinator voert naast de AABR- screening onderzoek (onderzoek ) een aantal andere taken uit in de neonatale na de geboorte (na de geboorte ) gehoorscreening. U leest hier welke taken dat zijn, aan welke kwaliteitseisen de regiocoördinator dient te voldoen en wat de opleidingseisen zijn voor een autorisatie om de AABR-screening te mogen uitvoeren.

Taken regiocoördinator

De regiocoördinator kan gezien worden als de spin in het web van de JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)-organisatie(s). Voor de gehoorscreening is de regiocoördinator zowel intern (JGZ-organisatie) als extern (bijvoorbeeld voor kinderartsen) de contactpersoon. Verder bewaakt de regiocoördinator in de betreffende regio het screeningsproces, voert de AABR-screening uit, verzorgt de opleiding en nascholing van de screeners, monitort de kwaliteit en coacht zo nodig screeners. 

Direct naar:

Bewaken van het screeningsproces

De regiocoördinator bewaakt met behulp van het NIS Neonatale Gehoorscreeningsinformatiesysteem (Neonatale Gehoorscreeningsinformatiesysteem ) de deelname, tijdigheid en het naleven van het protocol. Het gaat om :

  1. de deelname van de kinderen aan de screeningsrondes waar ze voor in aanmerking komen;
  2. de tijdigheid van de uitvoering van de screeningsrondes;
  3. het naleven van het screeningsprotocol door de OAE-screeners;
  4. het documenteren van de reden waarom van het screeningsprotocol werd afgeweken;
  5. of geregistreerd wordt wanneer ouders geen toestemming geven voor deelname van hun kind aan de screening onderzoek (onderzoek ) of wanneer het kind niet te traceren is.

Kwaliteitseisen regiocoördinator

  1. De regiocoördinator heeft een autorisatie voor de uitvoering van de OAE-screening en voor de uitvoering van de AABR-screening. Deze autorisatie wordt verkregen wanneer de regiocoördinator aangetoond heeft te voldoen aan de eisen zoals geformuleerd staan onder ‘Opleidingseisen en criteria voor herautorisatie AABR-screener’. Hier staan ook de criteria vermeld op basis waarvan bepaald wordt of de regiocoördinator na vijf jaar geherautoriseerd kan worden.
  2. De regiocoördinator heeft een opleiding gevolgd voor het uitvoeren van de procesbewaking en coaching van screeners.
  3. Een afgeronde vooropleiding op (para) medisch gebied met minimaal HBO-niveau geldt als voorwaarde om toegelaten te kunnen worden tot de opleiding voor regiocoördinator. Dit geldt ook voor toelating tot de training voor AABR-screener wanneer geen andere regiocoördinator-taken worden overgenomen. In dit laatste geval, AABR-screeners die geen andere regiocoördinator-taken overnemen, kunnen screeningsorganisaties eventueel een uitzondering maken in het vereiste vooropleidingsniveau. Zo kan er een uitzondering worden gemaakt voor kandidaat-AABR-screeners met een succesvol afgeronde (para)medische MBO-vooropleiding niveau 4. De manager JGZ dient in dit geval bij aanmelding van de kandidaatscreener voor de training aan te geven garant te staan dat de kandidaatscreener na het volgen van de training kan voldoen aan de kwaliteitseisen zoals vermeld onder Opleidingseisen en criteria voor herautorisatie AABR-screener.
  4. De regiocoördinator is aantoonbaar op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de neonatale na de geboorte (na de geboorte ) gehoorscreening voor zover die relevant zijn voor de uitoefening van de functie.
  5. Jaarlijks worden door de regiocoördinator minimaal 50 OAE-screeningen verricht, evenals 90 AABR-screeningen. Indien hieraan niet voldaan wordt dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de activiteiten van de betreffende screener hieronder niet te lijden heeft.
  6. De regiocoördinator maakt gebruik van het landelijk ontwikkeld voorlichtingsmateriaal.
  7. De regiocoördinator conformeert zich aan de kwaliteitsnormen ten aanzien van de uitvoering van de screening. Zie 'Indicatoren en Kwaliteitsnormen' onder 'Monitoring en evaluatie'.
  8. De regiocoördinator houdt zich aan de kwaliteitseisen ten aanzien van privacy en informed consent.

Training on the job en autorisatie van OAE-screeners

De regiocoördinator bewaakt en/of organiseert dat de OAE-screener in opleiding na een basistraining vaardigheden kan verwerven in de praktijk onder supervisie van een ervaren collega. De regiocoördinator bepaalt uiteindelijk of de OAE-screener voldoende vaardigheden bezit om geautoriseerd te kunnen worden. De regiocoördinator bepaalt eveneens of een OAE-screener na vijf jaar in aanmerking komt voor herautorisatie (zie ook OAE-screener).

Implementeren vernieuwingen, bijscholing

De regiocoördinator heeft als taak om kleine vernieuwingen van, cq aanpassingen in het screeningsprotocol in te voeren binnen de JGZ-organisaties. Verder zorgt de regiocoördinator er samen met de JGZ-organisatie voor dat de relevante kennis van de OAE-screeners up to date gehouden wordt.

Kwaliteitsbewaking, coachen van screeners

De regiocoördinator monitort de kwaliteit van de neonatale gehoorscreening binnen haar organisatie(s). Wanneer de resultaten hiertoe aanleiding geven coacht zij de screeners telefonisch of via een werkbezoek

Opleidingseisen en criteria voor herautorisatie AABR-screener

Om de AABR-screening uit te mogen voeren is een autorisatie nodig. In deze bijlage wordt het opleidingstraject beschreven dat tot deze autorisatie kan leiden.

Omdat de regiocoördinator een belangrijke taak heeft in het bewaken van de kwaliteit van de uitvoering op screenersniveau dient hij/zij geautoriseerd te zijn voor het uitvoeren van zowel de OAE- als de AABR-screening. Daarnaast dient de regiocoördinator nog te beschikken over een aantal aanvullende vaardigheden, zoals beschreven onder Kwaliteitseisen regiocoördinator.

Na het volgende traject gevolgd te hebben kan iemand geautoriseerd worden voor het uitvoeren van de AABR-screening:

De kandidaat AABR-screener dient een trainingscursus AABR-screening te volgen bij een opleidingsorganisatie die voldoet aan de kwaliteitseisen voor een opleidingsorganisatie. In deze trainingscursus wordt de benodigde theoretische kennis verkregen en wordt de uitvoering van de screening volgens protocol aangeleerd. Hiervan dient een bewijs van deelname te kunnen worden overhandigd.

Om aan deze training mee te kunnen doen geldt een minimum vooropleidingsniveau, zie hiervoor ook onder Rol ketenpartners - OAE-screener. De kandidaatscreener dient ook te beschikken over een aantal competenties (zie hierna) waarvan de JGZ-organisatie zich moet verzekeren bij aanmelding van de kandidaat AABR-screener voor de training.

Na de training voert de kandidaat AABR-screener onder supervisie van een landelijke AABR-trainer afkomstig van (één van) de opleidingsorganisatie(s) die voldoet aan onderstaande kwaliteitseisen voor opleidingsorganisaties, hierna te noemen ‘een landelijke AABR-trainer’, een aantal AABR-gehoorscreeningen bij baby’s uit.

Hierna worden de vaardigheden van de kandidaat AABR-screener beoordeeld aan de hand van een vaste lijst met criteria door een landelijke AABR-trainer. In geval van voldoende vaardigheden autoriseert een landelijke AABR-trainer de AABR-screener voor een periode van vijf jaar. De AABR-screener ontvangt hierbij een certificaat van de opleidingsorganisatie. De certificaten worden beheerd door de JGZ-organisatie. Aan het einde van de periode van 5 jaar dient een AABR-screener geherautoriseerd te worden door een landelijke AABR-trainer. De JGZ-organisatie houdt hier toezicht op.

- Competenties AABR-screener

  • De AABR-screener moet binnen het protocol, binnen de richtlijnen voor de gespreksvoering en binnen de werkinstructies van de organisatie zelfstandig kunnen werken.
  • De AABR-screener moet zich bewust zijn van haar/zijn grenzen van kennis en kunde en weten wie zij/hij moet benaderen in geval van vragen of situaties die daarbuiten vallen.
  • De AABR-screener moet over voldoende sociale en communicatieve vaardigheden beschikken.
  • De AABR-screener moet zich mondeling en schriftelijk goed kunnen uiten, en goed en duidelijk informatie kunnen overdragen en de ouders adviseren.

- Leerdoelen opleiding AABR-screeners

De AABR-screener:

  • is in staat een begrijpelijke uitleg te geven over het principe van de AABR- screening;
  • kan de AABR-screening uitvoeren conform geldende landelijke standaarden, protocollen en werkinstructies;
  • is in staat om de ouder(s) adequaat te informeren over de uitslag van de AABR-screening en ze over de betekenis ervan te informeren;
  • is in staat om een slecht nieuwsgesprek te voeren met de ouders;
  • is in staat om ouders te informeren over het vervolgtraject;
  • is in staat om ouders te informeren over het belang van deelname aan de diagnostiek;
  • is in staat om voor ouders de verwijzing naar het Audiologisch Centrum te regelen;
  • kent de inhoud van de Gesprekshulp AABR-screening en kan deze toepassen.

- Criteria voor herautorisatie AABR-screener

  • De AABR-screener heeft in de voorgaande jaren aangetoond te werken volgens de kwaliteitseisen en -normen zoals vermeld in het Draaiboek en de voorschriften voor de uitvoering van de OAE- en AABR-screening.
  • De AABR-screener beschikt aantoonbaar over voldoende praktische vaardigheden om de AABR-gehoorscreening uit te kunnen voeren.
  • De AABR-screener is in staat om de ouders volgens de Gesprekshulp OAE-screening en de Gesprekshulp AABR-screening informatie te bieden.
  • De AABR-screener is in staat om een slecht nieuwsgesprek te voeren met de ouders.

De JGZ-organisatie bewaakt de autorisatietermijn en zorgt voor herautorisatie van de AABR-screener aan het einde van de periode van vijf jaar. Deze herautorisatie wordt uitgevoerd door een landelijke AABR-trainer. Op indicatie worden de vaardigheden van de AABR-screener tussendoor beoordeeld.

Opleiding regiocoördinator

Een regiocoördinator is zowel opgeleid tot OAE-screener als AABR-screener. De competenties en leerdoelen voor OAE-screener en AABR-screener, die dus ook gelden ook de regiocoördinator, staan hierboven beschreven.

Daarnaast heeft de regiocoördinator nog een aantal andere taken. Deze taken zijn:

  • Het zorgdragen voor een correcte administratie van het proces en de uitslag van het proces op kindniveau in het vigerende neonataal Na de geboorte (Na de geboorte ) informatiesysteem (NIS). 
  • Het uitvoeren van kwaliteitsanalyses op niveau van screeners en op niveau van de eigen organisatie.
  • Het opleiden en autoriseren van OAE screeners van de eigen organisatie.
  • Het coachen van OAE screeners.

De regiocoördinator wordt hierin opgeleid door een opleidingsorganisatie die voldoet aan de kwaliteitseisen voor een opleidingsorganisatie.

- Aanvullende competenties regiocoördinator

  • De regiocoördinator moet zelfstandig met het NIS kunnen werken om zodoende een correcte registratie van de NGS te realiseren.
  • De regiocoördinator moet zich mondeling en schriftelijk goed kunnen uiten, en goed en duidelijk informatie kunnen overdragen aan OAE screeners, AABR-screeners en verantwoordelijk leidinggevende(n).

- Aanvullende leerdoelen opleiding regiocoördinator

De regiocoördinator:

  • Is in staat de benodigde administratieve bewerkingen uit te voeren binnen het neonataal informatiesysteem.
  • Is in staat om de resultaten van de screening in het NIS te analyseren.
  • Is in staat om op basis van analyses uit het NIS toelichting over resultaten en voortgang van de screening te geven aan verantwoordelijke leidinggevende.
  • Is in staat om op basis van de resultaten afwijkingen in het protocol te signaleren.
  • Is in staat om met OAE-screeners in gesprek te gaan over afwijkingen van het protocol.
  • Is in staat om OAE-screeners middels coaching te ondersteunen in de uitvoering van de OAE-screening.
  • Is in staat om nieuwe OAE-screeners te autoriseren volgens de daarvoor opgestelde werkwijze.
  • Is in staat om bij- en nascholing aan de OAE-screeners te geven zodat deze altijd volgens de laatste protocollen werken.

- Aanvullende criteria voor herautorisatie:

  • De regiocoördinator heeft in de voorgaande jaren aangetoond op correcte wijze registraties en bewerkingen uit te voeren in het NIS.
  • De regiocoördinator heeft aantoonbare ervaring met het analyseren van screeningsresultaten in het NIS.
  • De regiocoördinator is in staat om coachende gesprekken te voeren met OAE-screeners.

De JGZ-organisatie bewaakt de autorisatietermijn en zorgt voor herautorisatie van de regiocoördinator aan het einde van de periode van vijf jaar. Deze termijn loopt gelijk aan de termijn voor herautorsatie van de opleidingen tot OAE-screener en AABR-screener. Deze herautorisatie wordt uitgevoerd door een landelijke trainer. Op indicatie worden de vaardigheden van de regiocoördinator tussendoor beoordeeld.

Niet in alle gevallen voert de regiocoördinator de AABR-screening uit. Alleen die onderdelen van de opleiding tot regiocoördinator zijn relevant die ook daadwerkelijk worden uitgevoerd door de betreffende regiocoördinator. Wanneer de uitvoering van AABR screening wordt gedelegeerd naar een andere partij zoals een audiologisch centrum, of de NSDSK, gelden de eisen die hiervoor zijn beschreven voor deze betreffende partij.

Kwaliteitseisen opleidingsorganisatie

Lees hier meer over de kwaliteitseisen voor de opleidingsorganisatie die de opleiding tot screener en regiocoördinator aanbiedt.